Queensy Menig en Sheraldo Becker beide spelers van Ajax op huurbasis bij PEC Zwolle. De twintigjarige Becker, die nooit doorbrak bij Ajax, speelt sinds de winterstop van vorig seizoen bij PEC. Menig, met vijf officiële duels bij Ajax achter zijn naam, sinds afgelopen zomer. Ze zijn uitgeleend om te rijpen voor het eventuele grotere werk in Amsterdam, hoewel er geen terugkeergarantie is. Met zeven verhuurde spelers is de kans groot dat Ajax op den duur afscheid moet nemen van sommige spelers.

Dat weten Becker en Menig ook. In hun tienerjaren ervoeren ze al dat op sportpark De Toekomst een continue overlevingsstrijd woedt. „Het begint al in de C-junioren”, zegt Menig. „Dan haalt de club de beste speler van ADO Den Haag, die op dezelfde plek speelt als jij. Dan denk je: je hebt mij toch? Ben je zestien, dan krijg je te maken met buitenlandse concurrenten. Dan is het toegestaan om spelers uit andere landen te halen en haalt de club ineens twee Denen voor jouw plek.” Becker: „Je moet mentaal sterk zijn.”

Ajax schoolde hen tot profvoetballer, maar pas in Zwolle werden de twee aanvallers zich ervan bewust wat dat vak inhoudt. Zelfstandigheid is daar de norm, zonder trainers die hen erop attenderen dat ze nog krachttraining moeten doen, zoals bij Ajax. Becker: „Als je de top wilt halen, moet je geen mensen hebben die zeggen: doe dit, doe dat. Ik heb hier geleerd dat het uit mezelf moet komen. Voetbal is een teamsport, maar je carrière bouw je alleen op.”

Menig: „Bij PEC zit de gym een uur voor de training al vol. Bij Ajax zaten we dan nog te babbelen. Na de training deed ik bijna nooit extra schietoefeningen. Ja, met Dennis Bergkamp. Maar hier doe ik het met andere spelers. Ik vind ook dat spelers hier harder werken dan bij Ajax. Ja, ook dan de spelers in het eerste elftal. Daar hebben jongens misschien toch het gevoel dat ze al aan de top zijn.”

De twee zijn in Zwolle volwassen geworden. Zoals ze er nu ook van doordrongen zijn dat de hoogte van hun salaris voor andere voetballers geen vanzelfsprekendheid is. Zo verdienen jongere spelers bij Ajax al snel wat ervaren krachten bij Zwolle verdienen. Hoe hun leven in Amsterdam was? Altijd reuring. Met vrienden zaten ze gerust de halve dag in restaurants. Na de training van één tot vier uur ’s middags en rond een uur of acht ’s avonds gingen ze weer buitenshuis eten. Elke dag plezier. Altijd weer een whatsappje van een vriend: afspreken?

Een auto voor je moeder, uit dankbaarheid

Oud-speler Bryan Roy, destijds nog jeugdtrainer bij Ajax, sprak ze erop aan. Leuk die vrouwen, mooie kleding en gadgets, maar hadden ze wel door dat ze goud in handen hadden? „Om eerlijk te zijn heb ik me dat toen niet goed gerealiseerd”, bekent Menig. „Het was een wake-upcall.”

Uit dankbaarheid voor de steun die hij vanuit huis kreeg, kocht zijn maatje Becker dit jaar een auto voor zijn moeder. Zij was het die hem te allen tijde naar de training had gebracht. Was de auto stuk, dan nam ze enkele uren verlof en gingen ze samen met de metro. Becker: „Op een dag zei ze: ik vind die auto mooi. Toen wist ik meteen dat ik die voor haar zou kopen. Nu komt ze met haar auto naar al mijn wedstrijden. Ik ben blij.”

Hij deelde het nieuws direct op sociale media. Uit trots. Om te laten zien wat er terecht was gekomen van het jongetje dat zelf met het openbaar vervoer naar de club reisde. Hij en Menig, ontelbare keren liepen ze samen richting het metrostation naast de Bijlmer. Door weer en wind. Becker: „Teamgenoten en hun ouders reden ons vaak voorbij, terwijl ze ons toch best even konden afzetten? Meestal werd er nog getoeterd ook. Maar ondertussen zeiden ze tegen elkaar: kijk, hun ouders hebben geen auto. Ja, ik weet zeker dat ze dat zeiden.”

Eten doen ze samen; Menig kan niet koken, Becker wel

Volgens Menig hebben de avondtochten hen sterker gemaakt. Zelf heeft hij geregeld thuis geklaagd dat er geen auto was. Hij werd vaak gebracht door zijn zeventien jaar oudere broer, die vanwege de afwezigheid van hun vader de vaderrol op zich nam. „Hij is de eerste voor wie ik een auto zou kopen”, zegt Menig. „Hij was er altijd voor me. Als jongste thuis was ik altijd verwend.”

Nu woont hij voor het eerst op zichzelf, vlak naast Becker. Vaak eten ze samen. Dat moet ook wel, want Menig kan niet koken. „Als hij er niet is, moet ik zelf een oplossing bedenken. Dan bestel ik wat. Maar ik eet liever bij Sheraldo, want hij kookt vaak gezond en meestal Surinaams. Dat ken ik van thuis.”

Becker: „Ik heb thuis meegekeken met mijn moeder. Tomaat snijd je zo, knoflook zo en kip bak je in reepjes of plakjes. Koken is soms net als trainen: van tevoren heb je er geen zin in, maar zodra je begint, is het leuk. Dan heb je zo lekker eten. Easy.”

(Bron NRC)

Deel dit artikel

Reageer op dit artikel

Laat als eerste een reactie achter.

Abonneren op
wpDiscuz