Zoals iedere vereniging heeft ook PEC Zwolle een verleden. Deze dateert al van 1910. Omdat er inmiddels ook vele jeugdige supporters bij onze trots zijn bijgekomen, hebben we als pec.nu het plan opgevat om een serie artikelen te schrijven over de allereerste glorieuze periode van onze club, namelijk de jaren ’70. Ik heb zelf deze periode zeer intensief meegemaakt omdat ik in die tijd in de A1 speelde en goede contacten had met eerste elftal spelers.
Wij hopen ook dat de oudere supporters onder de volgers van pec.nu deze artikelen met een glimlach van herkenning zullen lezen. Deze serie artikelen beginnen in het begin/midden van de jaren 70 en zullen o.a. bestaan uit interviews met diverse personen die in die jaren direct of indirect aan onze club verbonden waren.

In dit deel hebben we een interview met Bob Nieuwenhout, keeper van onze trots vanaf 1974. Zijn hoogtepunten waren in die jaren het spelen van de bekerfinale in 1977 en de eerste promotie van onze trots naar de eredivisie in 1978.
Bob Nieuwenhout, geboren Amsterdammer, is inmiddels 65 jaar jong en werkt als golfprofessional in Assen, waar hij ook met zijn vrouw woonachtig is. Hij ontving PEC.nu hartelijk in zijn woning in Assen voor een interview. Een monoloog.
“Ik ben in 1974 bij PEC Zwolle gekomen. Ik speelde op dat moment bij de Volewijckers in Amsterdam. De Volewijckers ging echter fuseren met DWS en Blauw-Wit en zou opgaan in FC Amsterdam. Dé Stoop was daar voorzitter en wilde op deze manier een tegenhanger van Ajax op de kaart zetten in Amsterdam. Ik zou daar reservekeeper worden achter Jan Jongbloed. Dé Stoop kwam op een gegeven moment bij mij en zei dat ik mee moest naar een toernooi in Italië met het nieuwe FC Amsterdam. Ik antwoordde hem daarop dat ik niet mee wilde gaan omdat ik nog een competitiewedstrijd met de Volewijckers moest spelen en ik die jongens niet in de steek wilde laten. Dé Stoop, nota bene een huisvriend van mijn ouders, werd daarop zo boos dat hij zei dat ik dan helemaal niet meer bij FC Amsterdam hoefde te komen.
De laatste wedstrijd van het seizoen speelde ik met de Volewijckers uit bij VVV in Venlo. Na die wedstrijd kreeg ik van VVV een contract aangeboden. Ik kon daar dus naar toe.
Bij de Volewijckers was Henk van Ginkel masseur. Deze Henk van Ginkel is later nog manager bij PEC Zwolle geworden. Henk vertelde mij dat hij had gehoord dat PEC Zwolle nog een keeper zocht. Wij hebben toen contact opgenomen met PEC Zwolle en ik werd uitgenodigd door Georg Kessler om een proeftraining te doen. Henk ging ook mee en wij dus gezamelijk naar PEC Zwolle. Ik werd daar onder handen genomen door Georg Kessler en Jan Verhaert, de toenmalige assistent trainer. Na een half uur was ik er wel klaar mee en ging de kleedkamer in. Terwijl ik onder de douche stond kwam Kessler naar me toe en zei dat ik een contract verdiend had.
Ondertussen had ik natuurlijk ook nog de contractaanbieding van VVV. Ik heb toen echter gekozen voor PEC Zwolle omdat ze hoger op de ranglijst stonden.
Ik kwam toen tegelijkertijd bij PEC Zwolle met Peter Gerards. Die kwam van PSV.
In eerste instantie had ik een contract voor een jaar getekend. Na de winterstop kregen de spelers met aflopende contracten weer een nieuw contract aangeboden. Ik weigerde echter te tekenen omdat ik meer wilde gaan verdienen. Ik verdiende in die tijd bij PEC Zwolle ongeveer 2500 gulden (!) per maand. Dat was een behoorlijke verbetering ten opzichte van de Volewijckers, waar ik 1500 gulden per jaar verdiende en 60 gulden per punt. De rest moesten we aanvullen met premies. Voor ieder punt kregen we 200 gulden. Dit waren wel bruto bedragen.

Het leuke was dat er verschillende bedragen werden uitgekeerd voor de verschillende soorten wedstrijden. In de voorbereiding kregen we voor de oefenwedstrijden geen premie. Speelden we tijdens het seizoen oefenwedstrijden, kregen we een bedrag van 75 gulden als er entree werd geheven bij die oefenwedstrijden. Dus als mensen gratis toegang hadden, speelden wij gratis……
Wel hebben we redelijk wat geld bij elkaar gespeeld doordat we de finale van de KNVB beker haalden in 1977. Het leuke was wel dat dat afhankelijk was van de tegenstander. Speelden wij, als eerste divisieclub, tegen een eredivisieclub, dan ontvingen we 400 gulden voor een gewonnen wedstrijd. Tegen een eerste divisieclub 250 gulden en tegen een amateurclub 75 gulden.


Er was ook een premiestelsel voor de finale in het contract opgenomen. Bij winst zouden we 1250 gulden opstrijken. Maar goed, we verloren met 3-0 van FC Twente, dus uiteindelijk kregen we nog 250 gulden.
Ondertussen wilde ik mijn contract dus niet verlengen. Ik hield PEC Zwolle voor dat er diverse aanbiedingen waren van andere clubs om PEC Zwolle natuurlijk op die manier onder druk te zetten. Echter, er was geen enkele interesse van andere clubs……
Uiteindelijk heb ik bijgetekend voor de volgende periode PEC Zwolle.
Ik had naast het voetbal nog een baan als leraar lichamelijke opvoeding op een katholieke school in Assendorp in Zwolle. Ik was echter totaal niet gelovig en de school had zelfs een gescheiden meisjes en jongensafdeling. Dat was voor mij in het begin wel moeilijk omdat ik dus niet gelovig was. Ik heb daar trouwens nog wel een tijdje met veel plezier les gegeven, maar de naam van de school kan ik mij niet herinneren. Door de toenmalige voorzitter Jan Willem van der Wal was voor ons een huisje geregeld in Hasselt.
Ik heb in mijn PEC Zwolle periode weinig blessures gehad. Maar als ik ze had, dan waren het redelijk zware blessures. De eerste was een zware vleeswond en een scheur in mijn scheenbeen. We speelden uit bij VVV en Jan Veenstra speelde een terugspeelbal te kort terug. Joop de Klerk van VVV probeerde de bal te onderscheppen en ik kwam naar de bal toe. Een behoorlijke botsing was het gevolg, waarbij wij allebei zwaar geblesseerd bleven liggen. In die tijd waren scheenbeschermers niet verplicht en ik speelde zonder, vandaar mijn blessure. Deze botsing zorgde meteen voor een primeur op de Nederlandse voetbalvelden. Er kwam een ambulance het veld opgereden om ons allebei naar het ziekenhuis te vervoeren. Dat was zo uniek dat het toenmalige tv-sportprogramma van Frits Barend en Henk van Dorp, FC Avondrood, er zelfs beelden van liet zien. Overigens lag de knie van Joop de Klerk zo in puin, dat hij nooit meer gevoetbald heeft.
In het kampioensjaar had ik regelmatig last van mijn knie. Die ging dan op slot. PEC Zwolle had geen full-time fysiotherapeut in dienst, dus als dat op de training gebeurde ontstond er een wat merkwaardige situatie. Achteraf kunnen we er trouwens wel hartelijk om lachen.
Wat was namelijk het geval? Ruud van Wijnen, onze fysiotherapeut, werkte in het Sophia ziekenhuis, vlak bij het stadion. Op het moment dat mijn knie weer eens op slot ging, werd Ruud in het Sophia gebeld en die moest dan op zijn fietsje naar het stadion komen. Hij trok mijn knie weer uit het slot en ging dat weer op zijn fietsje richting Sophia ziekenhuis. Moet je nu om komen……..


Enkele wedstrijden voor het einde van de competitie in het kampioensjaar ging mijn knie in de warming-up weer eens op slot. Echter, Ruud van Wijnen kon de knie toen niet meer van het slot af krijgen en daardoor mistte ik de laatste kampioenswedstrijden. Ik werd toen vervangen door Johan Tukker.
Verder heb ik nog diverse malen een hernia gehad en ben ik daar ook nog aan geopereerd.
Over de medische staf gesproken. We hadden toen als clubarts dr. De Bruyn. Die man trilde echter nogal en als je dan een spuit moest hebben en je klaar zat of lag, hoorde je altijd: “blijf eens stil liggen”! Terwijl je totaal niet bewoog. Volgens mij zette hij op een gegeven moment maar op goed geluk de spuit erin, in de hoop dat hij iets raakte………

In die tijd hoefden wij als speler niet op te draven voor allerlei sociale gebeurtenissen, wat tegenwoordig wel onderdeel uitmaakt van een prof contract. Het enige wat we moesten doen, was ons gezicht even na afloop laten zien in de bestuurskamer, waar alle sponsors en bobo’s dan waren. Wel deden we zelf nog wel eens wat op verzoek. Ik kan me herinneren dat ik een keer een uur lang penalty’s heb gestopt op de Rijksscholengemeenschap aan de Lassuslaan in Zwolle. Daar werd dan tijdens een evenementendag geld ingezameld voor een goed doel. Een ieder die dan een gulden betaalde, mocht een penalty nemen. Dat was als sociaal gebeuren best leuk om te doen.
Overigens waren we het gehang na een wedstrijd bij de bobo’s op een gegeven moment zo zat, dat we onder de oude, later afgebrande, hoofdtribune met alle spelers samen een spelershome hebben gemaakt. Daar was een materiaalhok wat nauwelijks gebruikt werd. Wij dus aan het klussen met de hele selectie en hebben dat materiaalhok toen omgetoverd in een gezellig spelershome. Was wel maar ongeveer 3 bij 3 meter, maar dat mocht de pret niet drukken. PEC Zwolle betaalde de inventaris, maar we moesten het wel zelf maken…..

Mijn voorbeeld als keeper was Jan van Beveren. We hadden dezelfde bouw en waren allebei sterk in de lucht. Laag bij de grond was het wat minder. Hoogtepunt van mijn loopbaan was de halve finale van de KNVB beker tegen FC Den Haag in 1977. Die wedstrijd werd gespeeld in de oude Galgenwaard in Utrecht. Dat stadion zou na dat seizoen afgebroken worden. Ik speelde in de basis omdat even daarvoor bekend was geworden dat Peter Gerards naar aartsrivaal MVV zou vertrekken. Dat werd hem kwalijk genomen en daarom stond ik in de basis. Het werd de wedstrijd van mijn leven met enkele belangrijke reddingen. Ook stopte ik in eerste instantie nog een penalty van Aad Mansveld, maar die werd in de rebound alsnog ingetikt door Leen Swanenburg. Maar tot ieders verassing werd eerste-divisieclub PEC Zwolle de winnaar van deze halve finale en ging dus naar de finale. Volgens mij snappen ze nu nog niet in Dem Haag wat er die avond gebeurde. Er waren zoveel mensen uit Zwolle en die zorgden voor een gigantische sfeer. Daardoor kregen wij vleugels met dit resultaat. Onvergetelijk.
Daarna kwam natuurlijk de finale tegen FC Twente in de Goffert in Nijmegen. Vanuit Zwolle een gigantische volksverhuizing richting Nijmegen. Ik begreep later dat zelfs gewone stadsbussen werden ingezet om de mensen in Nijmegen te krijgen. Tijdens de wedstrijd kregen we dus te maken met de afgekeurde goal van Yuri Banhoffer, die achteraf gezien nooit afgekeurd had mogen worden. Er werden allerlei complot-theoriën op los gelaten, onder andere dat wij als eerste divisieclub van de KNVB niet mochten winnen omdat een eerste divisieclub niet Europa in zou moeten gaan. Dat zou het aanzien van het Nederlandse voetbal schaden. Tijdens de wedstrijd hadden wij echter niet het idee dat scheidsrechter de Bruin echt tegen ons floot.
In de verlenging kwam toen het befaamde doelpunt van de inmiddels overleden Epi Drost. Hij kwam met de bal aan de voet de middellijn over. Ik hoor Rinus Israël nog roepen: “schiet maar, gaat toch hoog over”. Nou, en Epi schoot. De bal ging als een streep de kruising in. Ik heb die bal alleen maar horen langs vliegen……
Tja, Rinus Israël. Het was natuurlijk heel wat dat hij als voetballer met zijn staat van dienst in Zwolle kwam spelen. Je kon merken dat hij op en top prof was. Hij was alleen maar met zijn vak bezig. Het resultaat stond voorop en hoe dat bereikt werd, maakte hem niets uit. Als er maar resultaat geboekt werd. Hij was naast speler ook assistent-trainer en trainde de geselecteerde jeugd. Maar door zijn Amsterdamse achtergrond had hij ook een harde, cynische humor. Hij nam geen blad voor de mond en daar hebben een heleboel jeugdspelers het best moeilijk mee gehad en sommigen zijn daardoor ook afgehaakt. Hij probeerde zo op zijn manier mensen mentaal te vormen.
Als keeper zijnde was het natuurlijk fantastisch om Rinus Israël en Ben Hendriks voor je te hebben staan. Een ijzersterk duo wat, mede door hun harde spel, veel ontzag inboezemde bij de aanvallers van de tegenpartij.
In mijn tijd bij PEC Zwolle heb ik Georg Kessler, Jan Verhaert, Fritz Korbach en Hans Alleman als trainers meegemaakt. Hans Alleman was echt een people-manager. Hij wist dat hij de oudere spelers te vriend moest houden om te overleven. En dat deed hij goed. Daardoor haalden we resultaten. Tactisch was hij niet zo sterk. Ik mocht hem wel. Nadat hij bij PEC Zwolle weg was gegaan naar SC Amersfoort, ben ik met hem mee gegaan. Maar bij SC Amersfoort heb ik geen wedstrijd meer gekeept door een hernia. Hierna ben ik gestopt.
Fritz Korbach daarentegen was veel harder, op een andere manier prestatiegericht. Als we tijdens de rust de kleedkamer in kwamen en we speelden slecht, dan kregen we steevast te horen: “Het is kut met peren”. Ook zijn aanduiding voor bier was hilarisch: “Zo mannen, wedstrijd gespeeld, we kunnen aan de papegaaiensoep”.
Naar uitwedstrijden was het ook altijd gezellig in de spelersbus. We pokerden onderling altijd op de heenweg en het kwam dan ook regelmatig voor dat je je premie van de komende wedstrijd al verspeeld had tijdens het kaarten…….
In mijn tijd gingen mijn vrouw en ik veel om met Ben en Carla Hendriks. Maar uiteindelijk heb ik nu weinig kontakt meer met PEC Zwolle of oud-ploeggenoten. Ik volg PEC Zwolle nog wel, maar kom er weinig meer, ondanks dat ik weet dat er voor oud spelers altijd kaarten klaar liggen. Het was voor mij een onvergetelijke tijd, die ik absoluut niet had willen missen. PEC zit nog altijd in mijn hart!!!

Marco Hellendoorn.

Deel dit artikel

Reageer op dit artikel

3 Reacties op "PEC verleden deel 2."

Abonneren op
Sorteren op:   nieuwste | oudste | meest gestemd
PEC NWO
Lid

Mooi verhaal, met leuke anekdotes. Zelf een spelershome in elkaar knutselen… haha moet je tegenwoordig mee aankomen.
Ik vind de bedragen die hij verdiende helemaal niet verkeerd. 2500 gulden per maand excl premies, bij een eerste divisie club! En fl.400 bij een gewonnen competitie wedstrijd, dat telt dan best aan.

buffelmuis
Lid

Interessant interview, leuk om te lezen. Ik moest hier vooral om lachen:

Over de medische staf gesproken. We hadden toen als clubarts dr. De Bruyn. Die man trilde echter nogal en als je dan een spuit moest hebben en je klaar zat of lag, hoorde je altijd: “blijf eens stil liggen”! Terwijl je totaal niet bewoog. Volgens mij zette hij op een gegeven moment maar op goed geluk de spuit erin, in de hoop dat hij iets raakte………

Barto
Lid
Even offtopic maar heel belangrijk om te vermelden wanneer het om een PEC Zwolle supporters gaat. Enorm respect voor de heel zieke PEC Zwolle supporter Paul Stokman! Wendy en zieke Paul geven elkaar jawoord op de PEC-middenstip. Wendy en Paul Stokman uit Dalfsen zijn getrouwd op de middenstip van PEC Zwolle. De ALS-patiënt vroeg zijn Wendy ten huwelijk op de intensive care van ziekenhuis Isala. Gistermiddag trouwden ze op de middenstip van PEC. ,,Hij heeft zelf het jawoord kunnen uitspreken, wat het extra speciaal maakte!” Aanzoek op intensive care, huwelijk op de middenstip Snel trouwen op Valentijnsdag als ‘medicijn’ tegen… Lees verder »
wpDiscuz