Toen ik bezig was met schrijven van Desespereert Nimmer, had ik het geluk dat het sinds kort mogelijk was om digitaal te zoeken naar beeld- en geluidsfragmenten die zich in het nationaal archief voor Beeld en Geluid bevinden. Ik zocht op ‘PEC’ en ‘Zwolsche Boys’ en kwam de omschrijvingen tegen van een paar veelbelovende fragmenten. Eén ervan betrof een sfeerreportage van PEC-supporters die in 1977 op weg gingen naar de bekerfinale tegen FC Twente in de Nijmeegse Goffert. Ik kende de verhalen over de karavaan bussen en auto’s die vanuit de binnenstad de uittocht naar de Keizerstad maakte. De beelden daarvan zou ik maar wat graag zien.

Ik meldde mij op Mediapark om in het hagelnieuwe Instituut voor Beeld en Geluid de opgevraagde beelden te bekijken. Niet alle opgevraagde films waren beschikbaar, zo werd mij duidelijk gemaakt toen ik plaatsnam in het kleine studiootje, waar allerlei apparatuur stond opgesteld voor het afspelen van audio, 8 mm films en andere beeldfragmenten. Ik mocht de beelden officieel alleen bekijken, maar een vriendelijke medewerker was zo aardig toch een dvd’tje voor opname te laten meedraaien.

De sfeerreportage uit ’77 bleek er tussen te zitten. Fantastisch materiaal. Voor wie het nog niet gezien heeft: doe dat onmiddellijk, en beleef een paar heerlijke minuten in het onderstaande filmpje:

Dat 12.000 supporters PEC achterna reisden – niet in de luxe touringcars die wij gewend zijn, maar in oude gele stadsbussen – maakt duidelijk dat de club toen net zo populair was als nu. Zwolle en omgeving was qua bevolkingsomvang namelijk een derde kleiner dan nu. De reportage zegt ook wat over het vertier in de stad voor jongeren (“Wat ga je doen als je thuis straks thuis bent? – “Naar de snackbar”) en de onschuld van de supporters. Luister maar naar de spreekkoren: “Het zijn maar stomme Tukkers, ha-ha-ha-ha”.

Zelfvertrouwen

Dan de dag zelf. De PEC Zwolle-supporters waren vooraf vol zelfvertrouwen. De club was op weg naar het kampioenschap van de eerste divisie en speelde goed voetbal. Niet voor niets was eredivisionist FC Den Haag in de halve finale uitgeschakeld. Vanaf het moment dat er werd afgetrapt bleek het Zwolse vertrouwen terecht te zijn. Toch ging er iets fout. Was er sprake van een complot? Een reconstructie.

Het is op die mooie donderdag in mei al vroeg druk in de Zwolse binnenstad. Overal verzamelen zich groepjes supporters. Op de Grote Markt scholen ze samen in auto’s en busjes, bier drinkend en luid toeterend. Schutte Tours heeft zelfs stadsbussen gehuurd om alle supporters te kunnen vervoeren naar het Goffertstadion. Ruim voor de middag vertrekt de karavaan van auto’s en bussen vanuit het centerum. PEC-supporter Harry Bouwhuis vertrekt die ochtend met een busje van café Stappenbeld naar Nijmegen. “Je zag onderweg de wereld aan Zwolse supporters. Ik herinner me dat er voor het eerst een collectief gevoel van trots heerste ten aanzien van de stad en de club.” De supporters overspoelen de Nijmeegse binnenstad. “Er hing echt een gezellige sfeer in de binnenstad. Er was in de Nijmeegse cafés verbroedering tussen de Zwollenaren en de Tukkers.”

Hoogtepunt

Als is FC Twente vooraf de overduidelijke favoriet, van onderschatting is volgens de Enschedeërs absoluut geen sprake. Toch liet Epy Drost zich daags voor de finale ontvallen: “Als we de beker nou niet pakken, dan stop ik maar met voetballen.” PEC Zwolle-captain Rinus Israel weet dat zijn ploeg kan profiteren van de underdogpositie: “Ze zullen tegen ons echt niet zo gemotiveerd spelen als tegen Feyenoord of Ajax.” Overigens wordt Israel van tevoren niet warm of koud van de bekerfinale. Hij denkt liever vooruit, en stelt somber vast dat de concurrentie met een voorsprong de nacompetitie ingaat wanneer Zwolle het kampioenschap verprutst. Terwijl Twente na de finale van een welverdiende vakantie kan genieten, moet PEC drie dagen later strijden om het kampioenschap in de eerste divisie, uit tegen Heerenveen.

Israel mag dan broodnuchter vooruitkijken, de meeste anderen leven toe naar het absolute hoogtepunt uit hun voetbalcarrière. De ploeg heeft een propvol competitieprogramma achter de rug, maar iedereen is maximaal opgeladen voor wat komen gaat. De selectie probeert te ontspannen in de rustieke omgeving van het Bilderberg-hotel in Oosterbeek, waar men daags voor de wedstrijd zijn intrek heeft genomen. Donderdagmiddag draait de spelerbus eindelijk de weg op, de bossen door, om via de A50 naar Nijmegen te rijden.

Het is precies de weg die de fans ook afleggen. “Op de snelweg kwamen we in de eindeloze stoet bussen met Zwolse supporters terecht, het was fantastisch, haalt Ben Hendriks zijn herinnering op. “Iedere keer als ik met de auto de Rijnbrug bij Arnhem oversteek, zie ik die lange stoet weer voor me”, vult Klaas Drost aan. “Het was een sliert van wel 120 bussen, die heel langzaam reden. De supporters zaten op de daken met vlaggen te zwaaien. Er werd non-stop getoeterd toen we ze voorbij reden.” In de bussen, met daarin veel jongeren, heerst een opperbeste stemming.

Nerveuze Tukkers

Als de spelers om zes uur ’s avonds het veld op komen, zit de Goffert met 29.000 toeschouwers, onder wie ZKH Prins Bernhard, tjokvol. Vanaf de aftrap is duidelijk dat maar één ploeg aanspraak maakt op de nationale beker: PEC Zwolle. De Tukkers spelen nerveus, in hun hoofden overheerst de gedachte dat het niet opnieuw mis mag gaan. Vreemd voor een sterke ploeg die bestaat uit een mix van oudgedienden en talenten, zoals Frans Thijssen, Epy Drost, Kick van der Vall, Jan Jeuring en Arnold Mühren. PEC Zwolle speelt in zijn sterkste opstelling en domineert. Al in de eerste minuut krijgen de Zwollenaren hun eerste mogelijkheid en in de vijfde minuut is het raak. Israel lanceert Sörensen, die zuiver voorzet op Banhoffer. En als hij de kans krijgt om te koppen, dan is dat dodelijk. Tot verbijstering van alle PEC’ers keurt Cees de Bruin de treffer echter af. Niemand weet waarom. Sommigen gokken op buitenspel, maar het blijkt dat De Bruin de goal annuleert vanwege duwwerk van Koko Hoekstra, die in de rug van de scorende Banhoffer staat.

PEC Zwolle gaat door. Jan Hendriksen kopt op aangeven van Banhoffer op de lat, en een hard schot van de snelle rechtsbuiten Ronald Hendriks stuit op de handen van Twente-doelman Van Gerven. Twente kan er niets tegenover stellen, behalve wat balletjes breed op het middenveld. Daar worden ze onmiddellijk op de huid gezeten. IJzerman en Sörensen maken spelmaker Thijssen en Van der Vall onzichtbaar. De Twentse fans worden steeds stiller, terwijl de Zwolse fans vocaal bezit nemen van het stadion. Er wordt gezongen, getoeterd en PEC’s huisorkest De Notenbalkers gaat van hoempapa: Olé, olé, Pee-Ee-Cee olé.

PEC stal de show

Ook in de tweede helft is PEC Zwolle de bovenliggende partij, al bijt Twente nu wel een paar keer van zich af. Toch komen beide ploegen niet tot scoren. “PEC stal de show, ontfermde zich in anderhalf uur voetbal over de beste kansen, maar moest met het zwaar teleurstellende Twente de verlenging in”, noteert Jan de Deugd van De Telegraaf op de perstribune. En in die verlenging slaat het noodlot toe. Na vijf minuten in de extra tijd loopt libero Epy Drost met de bal aan de voet op de Zwolse helft. Hij kijkt voor zich uit en ziet in de verte het doel. Dan maakt Israel een van de zeldzame fouten uit zijn carrière. “Laat maar schieten”, roept hij. Zijn geconditioneerde medespelers geven gehoor aan het commando. Epy Drost, die nota bene bekend staat om zijn verwoestende schoten van afstand, haalt uit. Er vertrekt een raket van zijn schoen. Van ruim dertig meter afstand zeilt de bal achter keeper Bob Nieuwenhout, die de bal in de mêlee van spelers niet ziet aankomen: 0-1.

Twente was tot dan toe, in de woorden van televisieverslaggever Theo Reitsma, “vreselijk kansloos”, maar staat toch op voorsprong. Er is nog geen man overboord, PEC heeft nog 25 minuten om de gelijkmaker te scoren. De droom wordt echter definitief verstoord als Theo Pahlplatz over het been van Ben Hendriks valt, die de bal met een sliding uit het strafschopgebied wil werken. Aarzelend wijst De Bruin naar de stip. De PEC’ers zijn woest, aanvoerder Israel voorop. Maar de televisiekijkers kunnen de beslissing billijken. Arnold Mühren benut het buitenkansje en schiet onhoudbaar raak. PEC is moe en leeg. En alsof 2-0 nog niet geflatteerd genoeg is, mag Jeuring ook nog de 3-0 scoren.

Complimenten

Wat PEC rest, zijn de complimenten van de pers en de neutrale voetballiefhebbers. Volgens Ton van Dalen zou PEC Zwolle een sieraad voor de eredivisie zijn en Twente-trainer Spitz Kohn vond PEC “grote klasse”. Maar complimenten belanden niet in de prijzenkast. Zo voelen de supporters het ook. “Na afloop heerste een ambivalent gevoel van trots en teleurstelling”, zegt supporter Harry Bouwhuis. Bij de spelers is het niet anders. “Achteraf kregen we nog een handje van prins Bernhard, maar dat was niets bijzonders. Hij had heus geen zesde vinger of zo”, kijkt Ben Hendriks cynisch terug. René IJzerman, die sinds jaar en dag een bloemenkraam runt aan de voet van de Vispoortenbrug in het Zwolse centrum, wordt tot op de dag van vandaag aangesproken op de gebeurtenissen van Hemelvaartsdag 1977. Hij had geen last van ambivalente gevoelens. “We hadden zo’n sterk team, waar van alles in zat. Ik had er flink de ziekte in dat we het niet redden.”

Dertig jaar na dato kan Israel wel waardering opbrengen voor het machtige schot van Epy Drost, maar direct na de wedstrijd is hij pisnijdig op de scheidsrechter. “Die man heeft de finale verkracht”, vertelt hij aan journalist Henk Wageman. “Na die goal van Epy Drost waren we nog niet verloren, maar als je zo’n strafschop tegen krijgt, dan moet je wel verliezen.”

De dubieuze of op zijn minst twijfelachtige arbitrale beslissingen zijn voer voor liefhebbers van complottheorieën. Al vóór de wedstrijd deden verhalen de ronde over mogelijke opzettelijke benadeling van PEC Zwolle. “Het gerucht ging wel dat wij niet mochten winnen, omdat ons stadion helemaal niet geschikt was voor Europees voetbal”, legt toenmalig manager Henk van Ginkel uit. “Maar ik geloof niet dat een scheidsrechter het veld in gaat met de gedachte: Als ze kunnen winnen, moet ik dat voorkomen. We hebben hem er trouwens wel lang mee gepest, deze Cees de Bruin. Telkens als we hem tegenkwamen, werd hij er wel even aan herinnerd.” Ook Klaas Drost kent het verhaal, maar hecht meer waarde aan andere opmerkingen. “ ‘Jullie horen helemaal niet in de eerste divisie thuis’, zei men. Dat was eigenlijk ook een verwijt. We zouden beter moeten kunnen dan we in de competitie hadden laten zien.”

Bekijk in dit filmpje de wedstrijdbeelden van de finale van ‘77:

Friso Schotanus is hoofdredacteur van verschillende sportvakbladen en (co)auteur verschillende (sport)boeken, waaronder Desespereert Nimmer, dat hier te bestellen is.

Deel dit artikel

Reageer op dit artikel

2 Reacties op "Desespereert Nimmer: “Het zijn maar stomme Tukkers, ha-ha-ha-ha”"

Abonneren op
Sorteren op:   nieuwste | oudste | meest gestemd
Marco Hellendoorn
Lid

Koko Hoekstra stond vijf meter van Yuri Banhoffer vandaan en niet in de rug. Een foto van Jan Drost leverde dat bewijs. Acheraf gezien was het vrij makkelijk: een eerste divisie ploeg mag europa niet in. Die kwal van een scheids, de Bruin, loopt nog te roepen dat Koko een duwfout maakte. Koko stond echter 3 meter van de dichtsbijzijnde Twentenaar vandaan. Kan me nog kwaad maken over die de Bruin. Geef gewoon toe dat je fout zat en dat er meer speelde!!!

Duke Zwallo
Lid

Prachtig verhaal en prachtige beelden.

wpDiscuz