Zoekwoorden Berichten met zoekwoorden "column"

column

3 1077

Zoals iedere vereniging heeft ook PEC Zwolle een verleden. Deze dateert al van 1910. Omdat er inmiddels ook vele jeugdige supporters bij onze trots zijn bijgekomen, hebben we als pec.nu het plan opgevat om een serie artikelen te schrijven over de allereerste glorieuze periode van onze club, namelijk de jaren ’70. Ik heb zelf deze periode zeer intensief meegemaakt omdat ik in die tijd in de A1 speelde en goede contacten had met eerste elftal spelers.
Wij hopen ook dat de oudere supporters onder de volgers van pec.nu deze artikelen met een glimlach van herkenning zullen lezen. Deze serie artikelen beginnen in het begin/midden van de jaren 70 en zullen o.a. bestaan uit interviews met diverse personen die in die jaren direct of indirect aan onze club verbonden waren.

In dit deel hebben we een interview met Bob Nieuwenhout, keeper van onze trots vanaf 1974. Zijn hoogtepunten waren in die jaren het spelen van de bekerfinale in 1977 en de eerste promotie van onze trots naar de eredivisie in 1978.
Bob Nieuwenhout, geboren Amsterdammer, is inmiddels 65 jaar jong en werkt als golfprofessional in Assen, waar hij ook met zijn vrouw woonachtig is. Hij ontving PEC.nu hartelijk in zijn woning in Assen voor een interview. Een monoloog.
“Ik ben in 1974 bij PEC Zwolle gekomen. Ik speelde op dat moment bij de Volewijckers in Amsterdam. De Volewijckers ging echter fuseren met DWS en Blauw-Wit en zou opgaan in FC Amsterdam. Dé Stoop was daar voorzitter en wilde op deze manier een tegenhanger van Ajax op de kaart zetten in Amsterdam. Ik zou daar reservekeeper worden achter Jan Jongbloed. Dé Stoop kwam op een gegeven moment bij mij en zei dat ik mee moest naar een toernooi in Italië met het nieuwe FC Amsterdam. Ik antwoordde hem daarop dat ik niet mee wilde gaan omdat ik nog een competitiewedstrijd met de Volewijckers moest spelen en ik die jongens niet in de steek wilde laten. Dé Stoop, nota bene een huisvriend van mijn ouders, werd daarop zo boos dat hij zei dat ik dan helemaal niet meer bij FC Amsterdam hoefde te komen.
De laatste wedstrijd van het seizoen speelde ik met de Volewijckers uit bij VVV in Venlo. Na die wedstrijd kreeg ik van VVV een contract aangeboden. Ik kon daar dus naar toe.
Bij de Volewijckers was Henk van Ginkel masseur. Deze Henk van Ginkel is later nog manager bij PEC Zwolle geworden. Henk vertelde mij dat hij had gehoord dat PEC Zwolle nog een keeper zocht. Wij hebben toen contact opgenomen met PEC Zwolle en ik werd uitgenodigd door Georg Kessler om een proeftraining te doen. Henk ging ook mee en wij dus gezamelijk naar PEC Zwolle. Ik werd daar onder handen genomen door Georg Kessler en Jan Verhaert, de toenmalige assistent trainer. Na een half uur was ik er wel klaar mee en ging de kleedkamer in. Terwijl ik onder de douche stond kwam Kessler naar me toe en zei dat ik een contract verdiend had.
Ondertussen had ik natuurlijk ook nog de contractaanbieding van VVV. Ik heb toen echter gekozen voor PEC Zwolle omdat ze hoger op de ranglijst stonden.
Ik kwam toen tegelijkertijd bij PEC Zwolle met Peter Gerards. Die kwam van PSV.
In eerste instantie had ik een contract voor een jaar getekend. Na de winterstop kregen de spelers met aflopende contracten weer een nieuw contract aangeboden. Ik weigerde echter te tekenen omdat ik meer wilde gaan verdienen. Ik verdiende in die tijd bij PEC Zwolle ongeveer 2500 gulden (!) per maand. Dat was een behoorlijke verbetering ten opzichte van de Volewijckers, waar ik 1500 gulden per jaar verdiende en 60 gulden per punt. De rest moesten we aanvullen met premies. Voor ieder punt kregen we 200 gulden. Dit waren wel bruto bedragen.

Het leuke was dat er verschillende bedragen werden uitgekeerd voor de verschillende soorten wedstrijden. In de voorbereiding kregen we voor de oefenwedstrijden geen premie. Speelden we tijdens het seizoen oefenwedstrijden, kregen we een bedrag van 75 gulden als er entree werd geheven bij die oefenwedstrijden. Dus als mensen gratis toegang hadden, speelden wij gratis……
Wel hebben we redelijk wat geld bij elkaar gespeeld doordat we de finale van de KNVB beker haalden in 1977. Het leuke was wel dat dat afhankelijk was van de tegenstander. Speelden wij, als eerste divisieclub, tegen een eredivisieclub, dan ontvingen we 400 gulden voor een gewonnen wedstrijd. Tegen een eerste divisieclub 250 gulden en tegen een amateurclub 75 gulden.


Er was ook een premiestelsel voor de finale in het contract opgenomen. Bij winst zouden we 1250 gulden opstrijken. Maar goed, we verloren met 3-0 van FC Twente, dus uiteindelijk kregen we nog 250 gulden.
Ondertussen wilde ik mijn contract dus niet verlengen. Ik hield PEC Zwolle voor dat er diverse aanbiedingen waren van andere clubs om PEC Zwolle natuurlijk op die manier onder druk te zetten. Echter, er was geen enkele interesse van andere clubs……
Uiteindelijk heb ik bijgetekend voor de volgende periode PEC Zwolle.
Ik had naast het voetbal nog een baan als leraar lichamelijke opvoeding op een katholieke school in Assendorp in Zwolle. Ik was echter totaal niet gelovig en de school had zelfs een gescheiden meisjes en jongensafdeling. Dat was voor mij in het begin wel moeilijk omdat ik dus niet gelovig was. Ik heb daar trouwens nog wel een tijdje met veel plezier les gegeven, maar de naam van de school kan ik mij niet herinneren. Door de toenmalige voorzitter Jan Willem van der Wal was voor ons een huisje geregeld in Hasselt.
Ik heb in mijn PEC Zwolle periode weinig blessures gehad. Maar als ik ze had, dan waren het redelijk zware blessures. De eerste was een zware vleeswond en een scheur in mijn scheenbeen. We speelden uit bij VVV en Jan Veenstra speelde een terugspeelbal te kort terug. Joop de Klerk van VVV probeerde de bal te onderscheppen en ik kwam naar de bal toe. Een behoorlijke botsing was het gevolg, waarbij wij allebei zwaar geblesseerd bleven liggen. In die tijd waren scheenbeschermers niet verplicht en ik speelde zonder, vandaar mijn blessure. Deze botsing zorgde meteen voor een primeur op de Nederlandse voetbalvelden. Er kwam een ambulance het veld opgereden om ons allebei naar het ziekenhuis te vervoeren. Dat was zo uniek dat het toenmalige tv-sportprogramma van Frits Barend en Henk van Dorp, FC Avondrood, er zelfs beelden van liet zien. Overigens lag de knie van Joop de Klerk zo in puin, dat hij nooit meer gevoetbald heeft.
In het kampioensjaar had ik regelmatig last van mijn knie. Die ging dan op slot. PEC Zwolle had geen full-time fysiotherapeut in dienst, dus als dat op de training gebeurde ontstond er een wat merkwaardige situatie. Achteraf kunnen we er trouwens wel hartelijk om lachen.
Wat was namelijk het geval? Ruud van Wijnen, onze fysiotherapeut, werkte in het Sophia ziekenhuis, vlak bij het stadion. Op het moment dat mijn knie weer eens op slot ging, werd Ruud in het Sophia gebeld en die moest dan op zijn fietsje naar het stadion komen. Hij trok mijn knie weer uit het slot en ging dat weer op zijn fietsje richting Sophia ziekenhuis. Moet je nu om komen……..


Enkele wedstrijden voor het einde van de competitie in het kampioensjaar ging mijn knie in de warming-up weer eens op slot. Echter, Ruud van Wijnen kon de knie toen niet meer van het slot af krijgen en daardoor mistte ik de laatste kampioenswedstrijden. Ik werd toen vervangen door Johan Tukker.
Verder heb ik nog diverse malen een hernia gehad en ben ik daar ook nog aan geopereerd.
Over de medische staf gesproken. We hadden toen als clubarts dr. De Bruyn. Die man trilde echter nogal en als je dan een spuit moest hebben en je klaar zat of lag, hoorde je altijd: “blijf eens stil liggen”! Terwijl je totaal niet bewoog. Volgens mij zette hij op een gegeven moment maar op goed geluk de spuit erin, in de hoop dat hij iets raakte………

In die tijd hoefden wij als speler niet op te draven voor allerlei sociale gebeurtenissen, wat tegenwoordig wel onderdeel uitmaakt van een prof contract. Het enige wat we moesten doen, was ons gezicht even na afloop laten zien in de bestuurskamer, waar alle sponsors en bobo’s dan waren. Wel deden we zelf nog wel eens wat op verzoek. Ik kan me herinneren dat ik een keer een uur lang penalty’s heb gestopt op de Rijksscholengemeenschap aan de Lassuslaan in Zwolle. Daar werd dan tijdens een evenementendag geld ingezameld voor een goed doel. Een ieder die dan een gulden betaalde, mocht een penalty nemen. Dat was als sociaal gebeuren best leuk om te doen.
Overigens waren we het gehang na een wedstrijd bij de bobo’s op een gegeven moment zo zat, dat we onder de oude, later afgebrande, hoofdtribune met alle spelers samen een spelershome hebben gemaakt. Daar was een materiaalhok wat nauwelijks gebruikt werd. Wij dus aan het klussen met de hele selectie en hebben dat materiaalhok toen omgetoverd in een gezellig spelershome. Was wel maar ongeveer 3 bij 3 meter, maar dat mocht de pret niet drukken. PEC Zwolle betaalde de inventaris, maar we moesten het wel zelf maken…..

Mijn voorbeeld als keeper was Jan van Beveren. We hadden dezelfde bouw en waren allebei sterk in de lucht. Laag bij de grond was het wat minder. Hoogtepunt van mijn loopbaan was de halve finale van de KNVB beker tegen FC Den Haag in 1977. Die wedstrijd werd gespeeld in de oude Galgenwaard in Utrecht. Dat stadion zou na dat seizoen afgebroken worden. Ik speelde in de basis omdat even daarvoor bekend was geworden dat Peter Gerards naar aartsrivaal MVV zou vertrekken. Dat werd hem kwalijk genomen en daarom stond ik in de basis. Het werd de wedstrijd van mijn leven met enkele belangrijke reddingen. Ook stopte ik in eerste instantie nog een penalty van Aad Mansveld, maar die werd in de rebound alsnog ingetikt door Leen Swanenburg. Maar tot ieders verassing werd eerste-divisieclub PEC Zwolle de winnaar van deze halve finale en ging dus naar de finale. Volgens mij snappen ze nu nog niet in Dem Haag wat er die avond gebeurde. Er waren zoveel mensen uit Zwolle en die zorgden voor een gigantische sfeer. Daardoor kregen wij vleugels met dit resultaat. Onvergetelijk.
Daarna kwam natuurlijk de finale tegen FC Twente in de Goffert in Nijmegen. Vanuit Zwolle een gigantische volksverhuizing richting Nijmegen. Ik begreep later dat zelfs gewone stadsbussen werden ingezet om de mensen in Nijmegen te krijgen. Tijdens de wedstrijd kregen we dus te maken met de afgekeurde goal van Yuri Banhoffer, die achteraf gezien nooit afgekeurd had mogen worden. Er werden allerlei complot-theoriën op los gelaten, onder andere dat wij als eerste divisieclub van de KNVB niet mochten winnen omdat een eerste divisieclub niet Europa in zou moeten gaan. Dat zou het aanzien van het Nederlandse voetbal schaden. Tijdens de wedstrijd hadden wij echter niet het idee dat scheidsrechter de Bruin echt tegen ons floot.
In de verlenging kwam toen het befaamde doelpunt van de inmiddels overleden Epi Drost. Hij kwam met de bal aan de voet de middellijn over. Ik hoor Rinus Israël nog roepen: “schiet maar, gaat toch hoog over”. Nou, en Epi schoot. De bal ging als een streep de kruising in. Ik heb die bal alleen maar horen langs vliegen……
Tja, Rinus Israël. Het was natuurlijk heel wat dat hij als voetballer met zijn staat van dienst in Zwolle kwam spelen. Je kon merken dat hij op en top prof was. Hij was alleen maar met zijn vak bezig. Het resultaat stond voorop en hoe dat bereikt werd, maakte hem niets uit. Als er maar resultaat geboekt werd. Hij was naast speler ook assistent-trainer en trainde de geselecteerde jeugd. Maar door zijn Amsterdamse achtergrond had hij ook een harde, cynische humor. Hij nam geen blad voor de mond en daar hebben een heleboel jeugdspelers het best moeilijk mee gehad en sommigen zijn daardoor ook afgehaakt. Hij probeerde zo op zijn manier mensen mentaal te vormen.
Als keeper zijnde was het natuurlijk fantastisch om Rinus Israël en Ben Hendriks voor je te hebben staan. Een ijzersterk duo wat, mede door hun harde spel, veel ontzag inboezemde bij de aanvallers van de tegenpartij.
In mijn tijd bij PEC Zwolle heb ik Georg Kessler, Jan Verhaert, Fritz Korbach en Hans Alleman als trainers meegemaakt. Hans Alleman was echt een people-manager. Hij wist dat hij de oudere spelers te vriend moest houden om te overleven. En dat deed hij goed. Daardoor haalden we resultaten. Tactisch was hij niet zo sterk. Ik mocht hem wel. Nadat hij bij PEC Zwolle weg was gegaan naar SC Amersfoort, ben ik met hem mee gegaan. Maar bij SC Amersfoort heb ik geen wedstrijd meer gekeept door een hernia. Hierna ben ik gestopt.
Fritz Korbach daarentegen was veel harder, op een andere manier prestatiegericht. Als we tijdens de rust de kleedkamer in kwamen en we speelden slecht, dan kregen we steevast te horen: “Het is kut met peren”. Ook zijn aanduiding voor bier was hilarisch: “Zo mannen, wedstrijd gespeeld, we kunnen aan de papegaaiensoep”.
Naar uitwedstrijden was het ook altijd gezellig in de spelersbus. We pokerden onderling altijd op de heenweg en het kwam dan ook regelmatig voor dat je je premie van de komende wedstrijd al verspeeld had tijdens het kaarten…….
In mijn tijd gingen mijn vrouw en ik veel om met Ben en Carla Hendriks. Maar uiteindelijk heb ik nu weinig kontakt meer met PEC Zwolle of oud-ploeggenoten. Ik volg PEC Zwolle nog wel, maar kom er weinig meer, ondanks dat ik weet dat er voor oud spelers altijd kaarten klaar liggen. Het was voor mij een onvergetelijke tijd, die ik absoluut niet had willen missen. PEC zit nog altijd in mijn hart!!!

Marco Hellendoorn.

7 5847

“Ik kwam hier als speler niet graag. Als je de catacomben uit komt, is het alsof je met 1-0 achter staat. Hahaa! Maar nu kom ik hier als Eagle uit de catacomben. Dan is alles anders. Vanaf nu sta ik 1-0 voor.”

Aan het woord is Rochdi Achenteh, die zojuist een eenjarig contract bij Go Ahead Eagles heeft getekend. Hij komt superlatieven te kort over zijn nieuwe werkgever: ,,De sfeer, het Engelse stadion, het heerlijke veldje…”

Ik zie hem nog in de hekken hangen, onze Rochdi. Dolblij was hij met de Zwolse 3-2 winst na verlenging in de Adelaarshorst. Lekker springen en gek doen, het vijandige publiek ophitsen. Heel lang had de beste man een groot krediet bij de Zwolse aanhang. Ook als hij als een lauwe drol speelde, werd hij bejubeld wanneer hij een corner ging trappen. Rochdi was de man die na overwinningen niet van het veld te krijgen was, omdat hij zo ontzettend genoot van het feestvieren met de Zwolse fans. In dienst van Vitesse en Willem II deed hij eigenlijk niet anders. Ook toen werd hij door het Zwolse publiek onthaald als een Viking die met schepen vol goud terugkeert naar zijn eigen dorp.

Dat zal zondag niet meer het geval zijn. Ook Rochdi Achenteh blijkt een doorsnee voetbalnomade. Een broodvoetballer die uiteindelijk schijt heeft, maar lang de schijn op kan houden dat de club waarvoor hij nu speelt hem past als een warme handschoen. Bij een doelpunt zal hij het logo met de adelaar kussen alsof hij het Go Ahead-gevoel al in de moederschoot heeft meegekregen. Hij zal voor de camera, met de resten van een rotte tomaat in zijn nek, zoiets roepen als: ,,Ik begrijp die sentimenten wel, maar daar moet je boven kunnen staan. Dan moet je gewoon een grote jongen zijn. Ik draag het als een man.’’ Maar sluit het nooit uit; voor hetzelfde geldt dat Rochdi na komende zomer geen club heeft en bij PEC Zwolle zijn conditie op peil gaat houden. ,,Dat lekkere snelle kunstgras, de soep van kantinejuf Bertha, die heerlijke Zwolse mosterd. Ja, dit is thuiskomen.’’ Dat zullen we in dat geval uit zijn mond horen.

Aan de overkant van het veld staat doelman Mickey van der Hart. Objectief gezien geen haar beter dan Achenteh, maar iemand die je bij goed presteren toch het voordeel van de twijfel geeft. Mickey van der Hart is nu de verloren zoon die net op tijd het licht gezien heeft. De bekeerling die zijn zondige levenswandel heeft afgezworen. Overstappen naar de grote rivaal, voor sommigen staat het gelijk aan het bedriegen van je vrouw. Mannen als Bram van Polen en Francesco Totti; ze zullen zich er nooit aan wagen. Luís Figo, Emmanuel Adebayor, Jordy Zuidam, Navarone Foor en Rochdi Achenteh denken er wat genuanceerder over…

0 1358

De voorbereiding is de leukste periode van het seizoen. Zolang de eerste officiële bal nog niet rolt, kan PEC Zwolle kampioen worden. En daar heb je het dan over onder het genot van een kleffe hamburger en bier uit plastic drinkgerei. Vaak wordt er plastic glas gezegd, maar dat kan dus niet. Dat is net zoiets als een houten huisje van steen. Ondertussen houd ik me bezig met de vraag of het me lukt een shirtje te ruilen met, bij voorkeur, de materiaalman van de tegenstander. In het verleden heb ik succesvol dubbele shirts van FC Zwolle geruild tegen exemplaren van oefentegenstanders als Skoda Xanthi, Aberdeen, Cracovia en niet te vergeten Gaziantepspor – die heeft niemand.

Afgelopen zaterdag hoopte ik in Nieuwleusen een shirt van Southampton te bemachtigen. Met een blauw bandje voor aanwezige pers wist ik het kleedkamercomplex binnen te dringen. De eerste de beste Engelsman die ik voor kit-manager aanzag, bleek ook daadwerkelijk de kit-manager te zijn. Of ik na de wedstrijd even terug wilde komen. Misschien had hij wel wat voor me.

En dus stel ik mij na de wedstrijd op bij het kleedlokaal van Southampton. Traditiegetrouw doet de kit-manager net alsof hij het heel druk heeft. Bewust wordt de spanning opgevoerd. Ik doe voorkomen alsof ik engelengeduld heb. De ervaring leert dat smeken en bedelen averechts werkt. Bovendien ben ik een volwassen man en is er nog zoiets als zelfrespect. En zie, de kit-manager herkent me opeens en frommelt maar liefst twee shirts uit de tas. Dankbaar neemt hij mijn blauwwitte shirt in ontvangst. Voor de volledigheid leg ik hem nog maar even uit wat het Desespereert Nimmer in de kraag betekent. Hij lijkt het een mooie boodschap te vinden.

Trots en voldaan loop ik met twee shirts terug het dakterras op. Ik had er beter aan gedaan direct naar de auto te lopen. Ongeveer vijf minuten heeft de pret geduurd. Scoren met een omhaal en vanaf de daaropvolgende aftrap alweer een doelpunt om de oren krijgen; dat gevoel. Een man stormt boos op mij af en probeert direct de shirts uit mijn handen te roppen. Ik verdedig ze met mijn leven.

– ,,Een van die shirts is voor USV en die andere is voor PEC Zwolle.’’ ,,Dat lijkt mij sterk, ik heb ze toch echt zelf geruild, tegen een shirt uit mijn eigen collectie.’’ Er komt een beveiligingsmannetje aan om de ernst van de zaak te duiden. – ,,Kom maar mee naar beneden.’’ De boze man begint ondertussen weer aan mijn shirts te trekken. ,,Er valt best over te praten, maar u staat nu als volwassen man shirts uit mijn handen te trekken. Dat helpt natuurlijk niet.’’ De man geeft geen antwoord. De kit-manager van Southampton vraagt of ik part of this club ben. Ik antwoord met nee. En pardoes, weg zijn de shirts. Ternauwernood krijg ik nog wel mijn eigen PEC-shirt terug. – ,,Eigen schuld’’, zegt het beveiligingsmannetje. – ,,Komt door je eigen gedrag. Jij hebt hier helemaal niks te zoeken. Je hebt een valse naam opgegeven. Wij zijn potdomme al zes weken in de weer met deze wedstrijd en hebben veel meer recht op dat shirt dan jij.’’

Onrechtvaardig. Dit voelt als een gestolen overwinning. Alsof ik kon weten dat er slechts twee shirts in totaliteit te vergeven waren. En de argumenten van het beveiligingsmannetje en de strekking van de boodschap zijn die van een oud baasje dat het niet kan verkroppen als je per ongeluk voordringt bij de slager. Zaterdag is er nog een laatste kans, tegen Gençlerbirliği – die heeft niemand. Even oefenen op Desespereert Nimmer in het Turks; stukje service van de zaak. Het beveiligingsmannetje van USV kan ditmaal geen roet in het eten gooien…

38 4845

Sportief
De wind zit, ondanks de nederlaag in Enschede, nog tamelijk goed in de zeilen bij Ron Jans en zijn manschappen. Uit de laatste vijf wedstrijden, werden negen punten bij elkaar gespeeld. Een puike prestatie, waardoor deelname aan de play-offs Europa League nog steeds tot de mogelijkheden behoort. Ik vind dit een groot compliment waard aan onze selectie, dat ondanks een vrachtlading aan blessures ‘gewoon’ door blijft gaan met presteren. Naast de prestaties op het veld, staat de rest van de club ook niet stil. Hieronder laat ik mijn licht schijnen over recente ontwikkelingen op het gebied van het PEC Zwolle feest en de horeca in ons IJsseldelta stadion.

PEC Zwolle businessfeest
Zaterdag 9 april organiseert de club een groot PEC Zwolle-feest. Het doel van deze avond is tweeledig. Een leuke avond met elkaar hebben en geld inzamelen voor de gewenste uitbreiding op de Marten Eibrink (noord) tribune. De zogenoemde sPECtakel Business Party wordt gepresenteerd door Erben Wennemars en Renate Schutte. Het programma is avondvullend en bestaat onder andere uit: een grootse veiling onder leiding van Dick Timmerman (Het Notarieel), optredens van O’G3NE en Leona Philippo, bekend van The Voice of Holland, een diner en tijdens de gehele avond een verloting met spectaculaire prijzen! Tot nu toe zijn er ruim 50 tafels verkocht (van de maximale 65 tafels). Er dus zijn nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. De prijs voor een tafel van 8 personen bedraagt €1.900,- (“all inclusive”). Bij interesse en voor nadere informatie, kan gemaild worden naar commercie@peczwolle.

PEC Zwolle supportersfeest
De afbouw van de noord tribune is de afgelopen maanden afgestemd met de Supportersclub PEC Zwolle en geledingen welke daaraan verwant zijn. Wat mij betreft zijn deze gesprekken constructief en in een plezierige atmosfeer verlopen. Het uiteindelijke voorliggende ontwerp, zie de afbeelding hieronder, is dan ook de keuze waarover al deze supporters enthousiast zijn of op z’n minst mee kunnen leven.
De gehele aanpak heeft aanleiding gegeven dat onze supporters de komende maanden een eigen feest gaan organiseren in het stadion. Om zodoende ook een bijdrage te kunnen leveren aan de afbouw, van wat velen zien als hun noord tribune. Al met al komt de uitbouw dan ook steeds dichterbij!

Horeca in stadion
Begin deze week werd er een wisseling bekendgemaakt binnen het directieteam van het IJsseldelta Center. Eric Broekaart heeft daarin plaatsgemaakt voor het duo Chris Lindeboom (algemeen directeur) en Patrick Bruins (financieel directeur). Met de wijziging van directie zijn ook de aandelen van PEC Zwolle met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 overgedragen aan een onderdeel van het IJsseldelta Center, Hotel Lumen. De club heeft hiertoe besloten omdat:
– De activiteiten vanuit HIJS (horeca-leverancier) tot dusver niet winstgevend zijn geweest, ondanks dat de omzet van HIJS voor 40% vanuit de club werd gegenereerd.
– Zodra de aandelen van HIJS op één plek liggen, de activiteiten efficiënter kunnen worden georganiseerd.
– De verhoudingen tussen klant (PEC Zwolle) en leverancier (HIJS) worden duidelijker en beter. Daardoor kan de club een optimale dienstverlening voor supporters en sponsoren op het gebied van horeca borgen.

Om bovenstaande punten in te vullen, is de bestaande dienstverleningsovereenkomst tussen HIJS en PEC Zwolle aangepast ten gunste van de club. Hierin is onder andere opgenomen dat de kwaliteit van de dienstverlening wordt getoetst door meetbare doelen te stellen, de leveranciers van HIJS zich als sponsor aan de club verbinden en er een meerjarenplan is opgesteld. In dit document, gericht op verdere modernisering, wordt onder andere gekeken naar “contactloos” betalen, verbetering van service bij de uitgiftepunten in de omloop, aanpassingen en (eventuele) uitbreidingen van de businessruimtes naar het goede voorbeeld bij Heracles Almelo en FC Groningen. In het kader van de interactie vinden er gesprekken plaats vanuit de club met supporters(groepen) en sponsoren, om zodoende tot een zo optimaal mogelijke horeca te komen. De club is content met deze wijzigingen en verbeteringen inzake de horeca en hoopt de achterban zodoende beter te bedienen.

Tot zover. Met sportieve groet,

Adriaan Visser,
Voorzitter PEC Zwolle

 

*Toelichting PEC.nu op ontwerp:

“De gesprekken tussen de supportersgroepen, PEC.nu, Supportersvereniging en PEC Zwolle zijn zeer goed verlopen. De keuze om de staan vakken vanaf het veld in de breedte te plaatsen komt voort uit de gedachte om het staan op Vak Noord zo veel mogelijk te stimuleren. Dit werkt absoluut sfeer verhogend. En zorgt voor een blauwe muur achter de goal. Helaas was het volgens de richtlijnen van de KNVB niet mogelijk om een volledig staan vak te maken. Gelukkig is er nu een prima alternatief gekomen.”

16 2242

Ook in 2016 gaat voorzitter Adriaan Visser verder met het schrijven van zijn column over het wel en wee van de club. Hieronder lees je zijn bijdrage van de maand januari over onder andere de actualiteit, de financiële huishouding, de uitbouwplannen van het stadion en het PEC Zwolle feest. Deze bijdrage is tevens een samenvatting van zijn speech gehouden tijdens de zeer goed bezochte nieuwjaarsreceptie van woensdag 13 januari.

Actualiteit
Door tal van maatschappelijke ontwikkelingen worden we gedwongen na te denken over nieuwe structuren voor de inrichting van onze samenleving. Veel van deze ontwikkelingen worden gedreven door de mogelijkheden van het internet, in combinatie met een verdere verduurzaming van de samenleving. Bovenop deze ontwikkelingen komt de massa immigratie, zoals deze de afgelopen maanden heeft plaatsgevonden. Dit is een uitdaging, ook in Zwolle, die tal van mogelijkheden biedt. De basis daarvan is mijn inziens dat we elkaar oprecht dienen te vertrouwen. Waarbij het belangrijk is te melden, dat vertrouwen ontvangen, begint met het geven van vertrouwen. Jezelf écht openstellen voor een ander. Ongeacht geloof, ras of seksuele geaardheid. Elkaar als mensen echt vertrouwen, zonder vooroordelen, is dat niet het mooiste wat er is? Wat dat betreft is de vergelijking met de voetballerij snel getrokken. Als bijvoorbeeld onze rechtsbuiten Sheraldo Becker er niet op kan vertrouwen dat Ouasim Bouy de bal perfect diep kan spelen, zal hij nooit de diepte ingaan. Voetbalclubs, zowel betaald als bij de amateurs, zijn dan ook bij uitstek het platform dat mensen verbindt. Het platform dus ook voor integratie tussen allochtone en autochtone Nederlanders, tussen arm en rijk. Als voetbalclub is PEC Zwolle er trots op dat er binnen onze hoofdselectie een Nieuw-Zeelander, Braziliaan, Fin, Belg en spelers met een Turkse, Afrikaanse en autochtoon Nederlandse achtergrond vertegenwoordigd zijn. PEC Zwolle is een multiculturele microkosmos waarbinnen we op een uitstekende wijze met elkaar samenwerken en presteren. Ondanks de verschillen in afkomst, is er iets wat ons bindt; onze voetbalclub PEC Zwolle!

Financieel en stadion
De resultaten zien er goed uit voor 2015 en als het allemaal globaal loopt volgens onze begroting dan verwachten wij voor het seizoen 2015/2016 een prachtig financieel resultaat. De financiële ontwikkelingen zijn dermate goed, dat we welhaast zeker zijn van een terugkeer naar de veilige tweede categorie van de KNVB licentiecommissie. Hieronder een overzicht van onze financiële huishouding:

Cijfers PEC1

Mede door deze positieve financiële ontwikkelingen onderzoeken we de mogelijkheid het stadion nog deze zomer verder uit te bouwen. Het heeft de nadrukkelijke voorkeur om de zogenaamde noord-tribune naar beneden door te trekken. Om zodoende een kolkende blauwwitte supporters muur achter de goal te creëren, vergelijkbaar met de gele variant bij Borussia Dortmund, waardoor de tegenstander al voor de aftrap met 1-0 achterstaat. Naast de uitbreiding ligt er ook de wens om het stadion van vier LED-schermen te voorzien. Deze schermen willen we in de lichtmasten plaatsen, zodat iedereen in het stadion zicht heeft op de informatiestroom die dan ontstaat. Wanneer de uitbouwplannen concreet zijn, maakt de club daar uiteraard melding van via de officiële kanalen.

PEC Zwolle feest
Om deze investeringen verder te ondersteunen én bovenal omdat het reuze gezellig is, organiseert de club zaterdag 9 april een spetterend feest voor onze businessclub. Tijdens deze avond treden tal van artiesten op. Verdere informatie zoals locatie en tarieven van de beschikbare tafels volgt t.z.t. via de welbekende nieuwsbrief, maar noteer de avond alvast in de agenda.

Tot slot
Laten we ook in 2016 weer met elkaar genieten van PEC Zwolle. Hand in hand; supporter met sponsor, speler met vrijwilliger! Ongeacht geloof, ras of seksuele geaardheid, met het vertrouwen dat we in elkaar én in de club en regio hebben. Dat lijkt mij een prachtig motto voor de komende maanden!

Met sportieve groet,

Adriaan Visser

0 756

De wetenschap dat ieder nadeel zo zijn voordeel heb’ mag op het conto van ’s lands bekendste nummer 14 worden geschreven. Wereldschokkend was deze zienswijze trouwens niet, maar dat JC destijds gelijk had kan ik onderwijl beamen.

Gedurende de afgelopen 15 jaar heeft mijn leven wel een mega-switch ondergaan. Fysiek gezien werd het steeds meer slappehap bij mij en na verloop van tijd mocht ik voor de rest van mijn leven in een rolstoel plaats gaan nemen. Enerzijds ben ik vanaf toen nogal wat onoverbrugbare barrières tegengekomen, met de nodige teleurstellingen tot gevolg. Daar tegenover staat dat er juist ook deuren opengingen, soms letterlijk, vooral figuurlijk. Bijvoorbeeld een flinke korting krijgen in de schouwburg of bij een lange wachtrij voorrang krijgen. Waarom? Daarom!

Onlangs had ik een vrijwilligster namens De Zonnebloem over de vloer. Overigens, mocht iemand dit nog associëren met oubolligheid en nog oudere dametjes, niets is minder waar. Hoe dan ook, zij vroeg onder andere of ik geïnteresseerd was in voetbal, concreter: of ik iets had met PEC Zwolle. Een verbale bevestiging was niet nodig, de glundering op mijn gezicht sprak boekdelen. Ze kon mij namens De Zonnebloem twee kaartjes aanbieden voor de wedstrijd van zondagmiddag 13 december. Tegen wie wist zij niet. Zodra de vrouw weg was ging ik, met die geweldige toezegging op zak, meteen online om te zien welke tegenstander het veld zou betreden. In principe maakte mij dat natuurlijk niet uit, maar toen ik las dat dit AZ zou zijn, werd ik nog meer content.

Hoewel mijn hart nu Zwols blauwwit is, is er in mijn hoofd nog een flard van emotie bij deze club. Er was destijds nog totaal geen passie, zoals nu voor PEC. Dat kon eigenlijk ook niet, omdat ik nog geen tien jaar oud was. Omdat mijn vriendjes voor AZ waren, was het in mijn ogen logisch dat ik dat ook was. Totdat ik in het najaar van 1980 naar Zwolle verhuisde woonde ik in Hoofddorp, vlakbij Schiphol, dus Amsterdam en dus Ajax. Maar waarom wij toch voor AZ waren? Ik weet het niet meer. Het was overigens toen nog AZ’67. Het stond op mijn zweetbandjes, mijn drinkbeker voor school en op de posters die aan de muur van mijn slaapkamer hingen. De spelers, stoer maar symmetrisch op een rij op de elftalposters, afgewisseld met actiefoto’s van Kees Kist, Pier Tol, John Metgod en Hugo Hovenkamp.

Ik woonde net een half jaar in Zwolle, voorjaar 1981, toen AZ’67 landskampioen werd. Daar durfde ik nog blij om te zijn. Er was toen nog geen plaats voor PEC in mijn hoofd. Ruim een jaar later zag ik voor het eerst AZ in het echt optreden. PEC Zwolle was net omgedoopt tot PEC Zwolle ‘82. Ze verloren van ‘mijn’ AZ ‘67 met 0-2. Of ik toen heb gejuicht? Dat weet ik natuurlijk niet meer, maar ik betwijfel het.

Na ruim 33 jaar ga ik komende zondag weer naar PEC Zwolle tegen AZ, maar ben nu uiteraard voor 200% voor Zwolle. AZ draait de laatste tijd trouwens matig, dus ik zou zeggen dat zij in het nadeel zijn. Maar dat schijnt ook weer zijn voordeel te hebben.

5 1249
PEC Zwolle A1 - Oranje O17, oefenwedstrijd seizoen 2014-2015

Eigenlijk was ik al iets meer dan een jaar geleden afgehaakt. De ware aard van dit elftal werd toen in Reykjavik blootgelegd. Werd IJsland niet gezien als een van de lachertjes uit de poule? Sindsdien heb ik geen wedstrijd meer bekeken, hooguit in een samenvatting. Onlangs was het voor Oranje het weekend van de waarheid. Met alle respect voor Kazachstan en de Tsjechen, het deed mij niets.

In mijn jeugd, waarschijnlijk duurde die in dit geval wel tot ergens halverwege mijn twintiger jaren, was ik over het algemeen nog wel lichtelijk gespannen in de aanloop naar een interland van onze vaderlandse voetbaltrots. Ja, zelfs als de mannen het eigenlijk al flink hadden laten afweten in een kwalificatiereeks en voor de aller, allerlaatste kruimel moesten vechten, vocht ik voor de televisie met ze mee. Bij een fortuinlijke winst was eerder vertoond drama-voetbal dan al snel vergeten en vergeven. Ach, wat had ik toen als jongere of (semi-) volwassene nou anders om mij druk om te maken. Nu, twintig jaren en een scheiding, twee kinderen en een ziekte verder, weet ik wel beter.

Het was een lachertje, maar ook diep triest. Een wanprestatie van de bovenste plank, ik heb er dus geen traan om gaan laten, een EK zonder Nederland. Hooguit wanneer ik mij realiseer dat deze kerels een Godsvermogen verdienen. Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik gok dat het aanzienlijk meer is dan een gemiddelde speler van IJsland of Tsjechië. Hoeveel zou Tomáš Necid eigenlijk maandelijks cashen in Turkije?

Natuurlijk kunnen deze mannen stuk voor stuk goed voetballen. Zij spelen niet voor niets veelal bij goede tot de beste voetbalclubs, in de mooiste competities, samen met een team waarin soms de briljantste voetballers ter wereld aan hun zijde staan. Het zijn voetbalclubs die veel geld hebben, of in ieder geval al dan niet verantwoord uitgeven, die daarmee ook de beste trainers kunnen binnenhalen. Die weten de spelers waarschijnlijk nog beter te laten voetballen en zo is het cirkeltje rond. Het begint op die manier een de-kip-of-het-ei verhaal te worden. Ligt het aan de voetballers, de afwezigheid van Arjan Robben, aan de bondscoach, de KNVB, zeg het maar.

Overduidelijk is dat ik niets meer geef om ons Oranje. Toegegeven, als ze winnen is dat prettig, maar ook niet meer dan dat. Ergens is het misschien wel oneerlijk ten opzichte van hen die buiten Zwolle wonen, maar ik en velen met mij hebben voldoende aan PEC Zwolle. De club, de prestaties, de spelers en een sympathieke trainer, dat is voldoende. Meer heeft een mens niet nodig.

Afgelopen zondag kregen we er helaas met 1-5 van langs. Ik was niet bij de wedstrijd, maar wat ik ‘s avonds zag bij studio sport, met het bord op schoot, een wanprestatie was het volgens mij niet. En ook al was dat het wel, voor deze supporter was het jammer, maar nog geen schande. Mijn motto is: tegenslag is nodig, je wordt er sterker van.

De keuze voor de nieuwe naam van het IJsseldeltastadion, dat is pas echt een grote wanprestatie. Het zal allemaal in het belang van de club zijn, maar toch…

Wordt het ooit nog eens MAC Zwolle?

0 646

De spelers snakken misschien naar het laatste fluitsignaal. Moegestreden, meer zat er gewoon niet in. Althans, als het goed is, een mogelijke offday daargelaten. Deze volledige overgave zijn ze nou eenmaal verplicht naar hun coach, naar elkaar, naar hun riante salaris en zeker naar de 12e man. Maar het kan net zo waarschijnlijk zijn dat ze het liefst toch nog een tijdje door willen spelen. Na vijf kwartier voetballen is er wellicht opeens het besef dat er toch nog meer te halen valt. Want ja, die tegenstanders, het zijn ook maar mensen.

Ook van invloed, wordt er aangekeken tegen een keiharde 0-3 achterstand of een prettige 4-1 voorsprong. Hierbij gaat het om het verschil tussen murw geslagen zijn door het gefluit van teleurgestelde supporters en daardoor verlangen naar het heil van de kleedkamer of de weelde van kunnen drijven op het gejuich vanaf de tribunes. Bij een nipte voorsprong of achterstand is het voor de spelers weer een ander verhaal. Het team zal een eenheid moeten blijven en met het koppie erbij blijven. Gaan ze de bal tijdrekkend rondtikken of middels het uitoefenen van een slotoffensief er toch nog een gelijkspel proberen uit te slepen.

En wat doen ze als er vlak voor tijd nog steeds een bloedeloze brilstand op het scorebord staat? Nee, waar ze aan denken kan ik uiteraard niet weten. Is er spanning, irritatie, tevredenheid, berusting? Is het pijn verbijten na een overtreding of balen van een blunder? Wordt er eigenlijk nog wel gedacht volgens het tactische plaatje van de trainer of is het pompen of verzuipen?

Het is de 88e minuut! Nog 120 seconden officiële speeltijd en aansluitend nog enkele minuutjes blessurebonus. De spanning is misschien al uit de wedstrijd. Toch is er nog die ene titel te vergeven, waarbij ik mij afvraag of er iemand enige waarde aan deze benoeming hecht. Zodra de stadionspeaker bekend heeft gemaakt welke speler deze eer toebedeeld krijgt, dwalen mijn gedachten af. Binnen een mum van tijd ga ik terug naar 17 oktober 1993 en verschijnt er automatisch een glimlach op mijn gezicht.

Met een vriend, die op dat moment in Utrecht woonde, was ik bij de plaatselijke FC voor een wedstrijd tegen PSV. Het werd 0-4, dat kan ik mij nog herinneren. Net als wie er destijds volgens de speaker de grote eer kreeg. ″Dames en heren, Man of the match, Ab Plugboer!″ Who the hell is Ab Plugboer. We kijken elkaar aan en proesten het uit. Zelden zo gelachen en nooit zal ik deze woorden meer vergeten. Wat een tegenstelling, Hollandser kon het niet. Arme Ab, hij kon vast heel goed voetballen, maar had gewoon zijn naam niet mee. Messi, Zlatan, Memphis, die jongens boffen maar met een mooie naam.

Welke juryleden bepalen eigenlijk wie er Man of the match wordt? Aan welke eisen moet deze voldoen? Blijkbaar moet het iemand van het thuisploeg zijn en is het dus puur om het publiek te vermaken. Appie ging immers, samen met zijn ploeg, flink de boot in en werd toch de opvallendste speler. Klopt dit wel?

Zou het vrouwenvoetbal ook een Woman of the match kennen?

DOOR: Geert Jan den Hengst

24 355

Dacht ik toch altijd dat PEC Zwolle het ooit had geflikt om in Amsterdam met een 5-5 weer de bus in te stappen. Ik had het toch echt gezien op televisie, maar hoe overtuigd ik hiervan ook was, anno nu weet ik wel beter. Hiermee is het bewijs geleverd dat gedachten in de loop van de tijd vervliegen tot een eigen waarheid.

Het was Ivo Niehe die mij in zijn TV- show wakker schudde. Hij ging op bezoek bij de succescoach van PEC. Er kwamen de beelden voorbij die ik in mijn koppie had gelinkt aan PEC en het jaar 1980. Ik zag dat Jans tegen Ajax de 3-3 scoorde en vlak voor tijd ook nog de 5-5, het groene tenue behoorde echter bij FC Groningen. En het was 1983.

Voorjaar 1980 woonde ik in Hoofddorp, vlakbij Schiphol. Van laag overvliegende reuzen werd ik niet meer warm of koud, het hoorde er gewoon bij. Sinds een jaar zat ik op voetbal, SV Hoofddorp E3 en er ging een nieuwe wereld voor mij open. Mijn ouders, mijn twee oudere zussen en de buurjongen, tevens beste vriend, gaven niets om voetbal. Zondagavond zeven uur met het bord op schoot kijken naar Studio Sport deden wij niet.

Ik was fan van AZ’ 67, omdat die zo goed waren. Althans, dat vonden die paar jongens uit mijn klas waarmee ik na schooltijd wel eens een balletje trapte. Terugkijkend vraag ik mij af waarom het destijds niet gewoon Ajax was, die ik op een poster aan de muur had hangen. Ik weet het niet, maar een eigen mening over voetbal had ik overduidelijk nog niet. Mijn vader was predikant en dan kan het zijn dat je nogal eens verhuisd. In het voorjaar van 1980 kregen wij om die reden te horen dat we aan het einde van dat jaar zouden gaan verhuizen naar Zwolle.

″In Zwolle voetbalt Peter van den Hengst, toevallig hè?″ Dit was mijn eerste ervaring met PEC Zwolle.
Mijn vader heet Peter den Hengst, vandaar. Ik denk omdat het eredivisievoetbal door de aanstaande verhuizing naar Zwolle nu behoorlijk dichterbij kwam, ging ik met meer belangstelling op zondagavond naar Mart Smeets en zijn kornuiten kijken.

De blunder van het op één lijn zetten van PEC, 1980 en de 5-5 in en tegen Ajax is waarschijnlijk toen ontstaan. Het staat nog op mijn netvlies gebrand dat ik op onze oude televisie, nog in zwart-wit, voor het eerst Zwolle zag voetballen, ook tegen Ajax. Kennelijk heeft een flard van de wedstrijd Ajax-FC Groningen uit 1983 zich daartussen gevoegd. Onderwijl hadden wij een kleurentelevisie en het groene tenue van de noorderlingen zal hebben meegespeeld bij het misverstand. Om het misverstand enigszins te kunnen verklaren heb ik een klein onderzoekje gedaan en dat leverde mij meteen de kennis op dat PEC in het jaar 1980 ook al heer en meester over Ajax was. Op 29 maart werd het in Zwolle 3-0, op 25 oktober dat jaar werd het 2-0 (1x Ron Jans ).

Anderhalf jaar later ging ik als ’echte’ PEC-supporter voor het eerst naar een wedstrijd. Op 20 maart 1982 werd er tegen NAC met 1-2 verloren. In die wedstrijd werd het snelste doelpunt ooit in de eredivisie gemaakt. Na 8 seconden lag keeper Ad Raven verslagen op de grond.

Die wedstrijd vergeet ik nooit meer!

DOOR: Geert Jan den Hengst

1 90

Vaak krijg ik die vraag omdat ik als blinde medemens met een blindengeleidehond een nogal fanatiek supporter ben van de enige echte club, onze club, PEC Zwolle! Petje op, sjaaltje om, FOX aan en hopen op een goede commentator die alleen zegt wat hij ziet en duidelijk is. Kijkend naar een scherm waarop ik alleen wazig wat heen en weer zie bewegen ga ik er helemaal in op. Ik vloek en tier net zo hard als ieder ander en ben een ramp voor mijn gezin op die momenten. Juichen is ook een gave als je niets ziet. Doorgaans gaat dat goed maar soms zijn er ook momenten dat ik hoog op spring en iets later begrijp dat het feest nog niet gevierd had moeten worden.

Via Twitter lever ik mijn comments via de spraakgestuurde software op mijn iPhone. Onder de naam ‘frankpraat’ geef ik mijn mening en visie op de zaken. Het stadion heb ik lang niet van binnen gezien of geroken, tot het moment dat er een goede commentator naast me zit en er vervoer naar en van het stadion is zal dat ook wel niet gaan gebeuren. De pret is er niet minder om, geen zorgen! Na ruim 20 jaar ben ik ook weer lid geworden van de supportersclub, schandalig dat dat zo lang heeft geduurd.

Een mening heb ik ook en die luidt op dit moment: Bram en Diederik voor het leven binden aan de mooiste club aan de IJssel! Helaas is dat voor Diederik niet meer mogelijk. Joost Broerse zou zijn zwarte haardos eens moeten blonderen… of heb ik dat verkeerd gezien? De invasie van Griekse spelers is groot, benieuwd wanneer de Griekse restaurants in Zwolle het menu PEC op de kaart zetten. Verliezen van koekdorp mag nooit meer gebeuren. We gaan dit jaar 7e worden omdat het kan! In geval van nood ben ik inzetbaar op iedere positie in het veld….’let op Frank, komt de bal, komt de bal, 1, 2 en nu uithalen’….

Jackson, mijn geleidehond, is hopelijk binnenkort ook te bewonderen in een blauw-wit ‘werktuig’, hij heeft geen keuze en weet dat hij alleen blauw/wit mag denken. Laatst onderweg naar het zuiden heb ik hem in de trein ver weg onder de stoel gedrukt bij het passeren van dat andere dorpje aan de IJssel waar ze ook iets aan voetbal proberen te doen.

Oke, geloof me, het gaat een mooi seizoen worden! Wellicht spreken we elkaar via deze weg, PEC Zwolle belichten vanuit alle hoeken, met een scherpzinnige blik ga ik die uitdaging graag aan, kom maar op!

Was getekend,

Uw blinde mede-supporter
Frank Maatman