Column: ‘Match’

Column: ‘Match’

0 647

De spelers snakken misschien naar het laatste fluitsignaal. Moegestreden, meer zat er gewoon niet in. Althans, als het goed is, een mogelijke offday daargelaten. Deze volledige overgave zijn ze nou eenmaal verplicht naar hun coach, naar elkaar, naar hun riante salaris en zeker naar de 12e man. Maar het kan net zo waarschijnlijk zijn dat ze het liefst toch nog een tijdje door willen spelen. Na vijf kwartier voetballen is er wellicht opeens het besef dat er toch nog meer te halen valt. Want ja, die tegenstanders, het zijn ook maar mensen.

Ook van invloed, wordt er aangekeken tegen een keiharde 0-3 achterstand of een prettige 4-1 voorsprong. Hierbij gaat het om het verschil tussen murw geslagen zijn door het gefluit van teleurgestelde supporters en daardoor verlangen naar het heil van de kleedkamer of de weelde van kunnen drijven op het gejuich vanaf de tribunes. Bij een nipte voorsprong of achterstand is het voor de spelers weer een ander verhaal. Het team zal een eenheid moeten blijven en met het koppie erbij blijven. Gaan ze de bal tijdrekkend rondtikken of middels het uitoefenen van een slotoffensief er toch nog een gelijkspel proberen uit te slepen.

En wat doen ze als er vlak voor tijd nog steeds een bloedeloze brilstand op het scorebord staat? Nee, waar ze aan denken kan ik uiteraard niet weten. Is er spanning, irritatie, tevredenheid, berusting? Is het pijn verbijten na een overtreding of balen van een blunder? Wordt er eigenlijk nog wel gedacht volgens het tactische plaatje van de trainer of is het pompen of verzuipen?

Het is de 88e minuut! Nog 120 seconden officiële speeltijd en aansluitend nog enkele minuutjes blessurebonus. De spanning is misschien al uit de wedstrijd. Toch is er nog die ene titel te vergeven, waarbij ik mij afvraag of er iemand enige waarde aan deze benoeming hecht. Zodra de stadionspeaker bekend heeft gemaakt welke speler deze eer toebedeeld krijgt, dwalen mijn gedachten af. Binnen een mum van tijd ga ik terug naar 17 oktober 1993 en verschijnt er automatisch een glimlach op mijn gezicht.

Met een vriend, die op dat moment in Utrecht woonde, was ik bij de plaatselijke FC voor een wedstrijd tegen PSV. Het werd 0-4, dat kan ik mij nog herinneren. Net als wie er destijds volgens de speaker de grote eer kreeg. ″Dames en heren, Man of the match, Ab Plugboer!″ Who the hell is Ab Plugboer. We kijken elkaar aan en proesten het uit. Zelden zo gelachen en nooit zal ik deze woorden meer vergeten. Wat een tegenstelling, Hollandser kon het niet. Arme Ab, hij kon vast heel goed voetballen, maar had gewoon zijn naam niet mee. Messi, Zlatan, Memphis, die jongens boffen maar met een mooie naam.

Welke juryleden bepalen eigenlijk wie er Man of the match wordt? Aan welke eisen moet deze voldoen? Blijkbaar moet het iemand van het thuisploeg zijn en is het dus puur om het publiek te vermaken. Appie ging immers, samen met zijn ploeg, flink de boot in en werd toch de opvallendste speler. Klopt dit wel?

Zou het vrouwenvoetbal ook een Woman of the match kennen?

DOOR: Geert Jan den Hengst

Vergelijkbaar nieuws

2 2241

GEEN REACTIES

Geef je reactie